HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kuieren — definition

Conjugation of kuieren

Regular CEFR B1
ˈkœy̯.ə.rə(n)

op zijn gemak, zonder haast of vast doel lopen of wandelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kuier
jij / je kuiert
hij / zij / het kuiert
wij / we kuieren
jullie kuieren
zij / ze kuieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kuierde
jij / je kuierde
hij / zij / het kuierde
wij / we kuierden
jullie kuierden
zij / ze kuierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kuiere
jij / je kuiere
hij / zij / het kuiere
wij / we kuieren
jullie kuieren
zij / ze kuieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik kuierde
jij / je kuierde
hij / zij / het kuierde
wij / we kuierden
jullie kuierden
zij / ze kuierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kuier
jullie (archaïsch) kuiert

Onbepaalde vormen

Infinitief
kuieren
Tegenwoordig deelwoord
kuierend
Voltooid deelwoord
gekuierd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary