HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kroelen — definición

Conjugation of kroelen

Regular CEFR B1
/ˈkru.lə(n)/

kietelen/krabben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kroel
jij / je kroelt
hij / zij / het kroelt
wij / we kroelen
jullie kroelen
zij / ze kroelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kroelde
jij / je kroelde
hij / zij / het kroelde
wij / we kroelden
jullie kroelden
zij / ze kroelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kroele
jij / je kroele
hij / zij / het kroele
wij / we kroelen
jullie kroelen
zij / ze kroelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kroelde
jij / je kroelde
hij / zij / het kroelde
wij / we kroelden
jullie kroelden
zij / ze kroelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kroel
jullie (archaïsch) kroelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kroelen
Tegenwoordig deelwoord
kroelend
Voltooid deelwoord
gekroeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary