HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← krioelen — definition

Conjugation of krioelen

Regular CEFR B2
kriˈjulə(n)

in grote aantallen willekeurig door elkaar heen bewegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik krioel
jij / je krioelt
hij / zij / het krioelt
wij / we krioelen
jullie krioelen
zij / ze krioelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik krioelde
jij / je krioelde
hij / zij / het krioelde
wij / we krioelden
jullie krioelden
zij / ze krioelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik krioele
jij / je krioele
hij / zij / het krioele
wij / we krioelen
jullie krioelen
zij / ze krioelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik krioelde
jij / je krioelde
hij / zij / het krioelde
wij / we krioelden
jullie krioelden
zij / ze krioelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij krioel
jullie (archaïsch) krioelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
krioelen
Tegenwoordig deelwoord
krioelend
Voltooid deelwoord
gekrioeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary