HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← krenken — definition

Conjugation of krenken

Regular CEFR C2
ˈkrɛŋ.kə(n)

letsel, schade, nadeel toebrengen aan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik krenk
jij / je krenkt
hij / zij / het krenkt
wij / we krenken
jullie krenken
zij / ze krenken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik krenkte
jij / je krenkte
hij / zij / het krenkte
wij / we krenkten
jullie krenkten
zij / ze krenkten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik krenke
jij / je krenke
hij / zij / het krenke
wij / we krenken
jullie krenken
zij / ze krenken
Aanvoegende wijs — verleden
ik krenkte
jij / je krenkte
hij / zij / het krenkte
wij / we krenkten
jullie krenkten
zij / ze krenkten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij krenk
jullie (archaïsch) krenkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
krenken
Tegenwoordig deelwoord
krenkend
Voltooid deelwoord
gekrenkt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary