HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← krabben — definition

Conjugation of krabben

Regular CEFR C1
ˈkrɑ.bə(n)

het niet hechten, maar over de bodem kruipen van een scheepsanker Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik krab
jij / je krabt
hij / zij / het krabt
wij / we krabben
jullie krabben
zij / ze krabben
Verleden tijd (o.v.t.)
ik krabde
jij / je krabde
hij / zij / het krabde
wij / we krabden
jullie krabden
zij / ze krabden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik krabbe
jij / je krabbe
hij / zij / het krabbe
wij / we krabben
jullie krabben
zij / ze krabben
Aanvoegende wijs — verleden
ik krabde
jij / je krabde
hij / zij / het krabde
wij / we krabden
jullie krabden
zij / ze krabden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij krab
jullie (archaïsch) krabt

Onbepaalde vormen

Infinitief
krabben
Tegenwoordig deelwoord
krabbend
Voltooid deelwoord
gekrabd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary