HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← krabbelen — definition

Conjugation of krabbelen

Regular CEFR C2

zonder veel aandacht schrijven of tekenen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik krabbel
jij / je krabbelt
hij / zij / het krabbelt
wij / we krabbelen
jullie krabbelen
zij / ze krabbelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik krabbelde
jij / je krabbelde
hij / zij / het krabbelde
wij / we krabbelden
jullie krabbelden
zij / ze krabbelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik krabbele
jij / je krabbele
hij / zij / het krabbele
wij / we krabbelen
jullie krabbelen
zij / ze krabbelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik krabbelde
jij / je krabbelde
hij / zij / het krabbelde
wij / we krabbelden
jullie krabbelden
zij / ze krabbelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij krabbel
jullie (archaïsch) krabbelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
krabbelen
Tegenwoordig deelwoord
krabbelend
Voltooid deelwoord
gekrabbeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary