HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← koppelen — definition

Conjugation of koppelen

Regular CEFR C1

de koppeling van een voertuig bedienen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik koppel
jij / je koppelt
hij / zij / het koppelt
wij / we koppelen
jullie koppelen
zij / ze koppelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik koppelde
jij / je koppelde
hij / zij / het koppelde
wij / we koppelden
jullie koppelden
zij / ze koppelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik koppele
jij / je koppele
hij / zij / het koppele
wij / we koppelen
jullie koppelen
zij / ze koppelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik koppelde
jij / je koppelde
hij / zij / het koppelde
wij / we koppelden
jullie koppelden
zij / ze koppelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij koppel
jullie (archaïsch) koppelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
koppelen
Tegenwoordig deelwoord
koppelend
Voltooid deelwoord
gekoppeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary