HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kolken — definición

Conjugation of kolken

Regular CEFR B1
/ˈkɔl.kə(n)/

overdrachtelijk emotioneel heftig in beweging zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kolk
jij / je kolkt
hij / zij / het kolkt
wij / we kolken
jullie kolken
zij / ze kolken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kolkte
jij / je kolkte
hij / zij / het kolkte
wij / we kolkten
jullie kolkten
zij / ze kolkten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kolke
jij / je kolke
hij / zij / het kolke
wij / we kolken
jullie kolken
zij / ze kolken
Aanvoegende wijs — verleden
ik kolkte
jij / je kolkte
hij / zij / het kolkte
wij / we kolkten
jullie kolkten
zij / ze kolkten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kolk
jullie (archaïsch) kolkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kolken
Tegenwoordig deelwoord
kolkend
Voltooid deelwoord
gekolkt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary