HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← koelen — definición

Conjugation of koelen

Regular CEFR C1
/ˈku.lə(n)/

warmte afvoeren van iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik koel
jij / je koelt
hij / zij / het koelt
wij / we koelen
jullie koelen
zij / ze koelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik koelde
jij / je koelde
hij / zij / het koelde
wij / we koelden
jullie koelden
zij / ze koelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik koele
jij / je koele
hij / zij / het koele
wij / we koelen
jullie koelen
zij / ze koelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik koelde
jij / je koelde
hij / zij / het koelde
wij / we koelden
jullie koelden
zij / ze koelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij koel
jullie (archaïsch) koelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
koelen
Tegenwoordig deelwoord
koelend
Voltooid deelwoord
gekoeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary