HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← knuppelen — definition

Conjugation of knuppelen

Regular CEFR B2

met een knots of knuppel slaan, wegslaan, neerslaan of doodslaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik knuppel
jij / je knuppelt
hij / zij / het knuppelt
wij / we knuppelen
jullie knuppelen
zij / ze knuppelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik knuppelde
jij / je knuppelde
hij / zij / het knuppelde
wij / we knuppelden
jullie knuppelden
zij / ze knuppelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik knuppele
jij / je knuppele
hij / zij / het knuppele
wij / we knuppelen
jullie knuppelen
zij / ze knuppelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik knuppelde
jij / je knuppelde
hij / zij / het knuppelde
wij / we knuppelden
jullie knuppelden
zij / ze knuppelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij knuppel
jullie (archaïsch) knuppelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
knuppelen
Tegenwoordig deelwoord
knuppelend
Voltooid deelwoord
geknuppeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary