HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← knuffelen — definition

Conjugation of knuffelen

Regular CEFR C1
ˈknʏ.fə.lə(n)

een knuffel geven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik knuffel
jij / je knuffelt
hij / zij / het knuffelt
wij / we knuffelen
jullie knuffelen
zij / ze knuffelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik knuffelde
jij / je knuffelde
hij / zij / het knuffelde
wij / we knuffelden
jullie knuffelden
zij / ze knuffelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik knuffele
jij / je knuffele
hij / zij / het knuffele
wij / we knuffelen
jullie knuffelen
zij / ze knuffelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik knuffelde
jij / je knuffelde
hij / zij / het knuffelde
wij / we knuffelden
jullie knuffelden
zij / ze knuffelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij knuffel
jullie (archaïsch) knuffelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
knuffelen
Tegenwoordig deelwoord
knuffelend
Voltooid deelwoord
geknuffeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary