HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← knotten — definición

Conjugation of knotten

Regular CEFR B1

van de top ontdoen, respectievelijk afsnijden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik knot
jij / je knot
hij / zij / het knot
wij / we knotten
jullie knotten
zij / ze knotten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik knotte
jij / je knotte
hij / zij / het knotte
wij / we knotten
jullie knotten
zij / ze knotten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik knotte
jij / je knotte
hij / zij / het knotte
wij / we knotten
jullie knotten
zij / ze knotten
Aanvoegende wijs — verleden
ik knotte
jij / je knotte
hij / zij / het knotte
wij / we knotten
jullie knotten
zij / ze knotten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij knot
jullie (archaïsch) knot

Onbepaalde vormen

Infinitief
knotten
Tegenwoordig deelwoord
knottend
Voltooid deelwoord
geknot

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary