HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← knopen — definición

Conjugation of knopen

Regular CEFR B2
/ˈknoːpə(n)/

een vastzittende lus in een koord, draad of touw maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik knoop
jij / je knoopt
hij / zij / het knoopt
wij / we knopen
jullie knopen
zij / ze knopen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik knoopte
jij / je knoopte
hij / zij / het knoopte
wij / we knoopten
jullie knoopten
zij / ze knoopten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik knope
jij / je knope
hij / zij / het knope
wij / we knopen
jullie knopen
zij / ze knopen
Aanvoegende wijs — verleden
ik knoopte
jij / je knoopte
hij / zij / het knoopte
wij / we knoopten
jullie knoopten
zij / ze knoopten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij knoop
jullie (archaïsch) knoopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
knopen
Tegenwoordig deelwoord
knopend
Voltooid deelwoord
geknoopt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary