HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← knokken — definición

Conjugation of knokken

Regular CEFR C2
/ˈknɔ.kə(n)/

vechten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik knok
jij / je knokt
hij / zij / het knokt
wij / we knokken
jullie knokken
zij / ze knokken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik knokte
jij / je knokte
hij / zij / het knokte
wij / we knokten
jullie knokten
zij / ze knokten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik knokke
jij / je knokke
hij / zij / het knokke
wij / we knokken
jullie knokken
zij / ze knokken
Aanvoegende wijs — verleden
ik knokte
jij / je knokte
hij / zij / het knokte
wij / we knokten
jullie knokten
zij / ze knokten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij knok
jullie (archaïsch) knokt

Onbepaalde vormen

Infinitief
knokken
Tegenwoordig deelwoord
knokkend
Voltooid deelwoord
geknokt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary