HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← knipperen — definition

Conjugation of knipperen

Regular CEFR C2
ˈknɪpərə(n)

snel openen en sluiten, met name van de ogen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik knipper
jij / je knippert
hij / zij / het knippert
wij / we knipperen
jullie knipperen
zij / ze knipperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik knipperde
jij / je knipperde
hij / zij / het knipperde
wij / we knipperden
jullie knipperden
zij / ze knipperden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik knippere
jij / je knippere
hij / zij / het knippere
wij / we knipperen
jullie knipperen
zij / ze knipperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik knipperde
jij / je knipperde
hij / zij / het knipperde
wij / we knipperden
jullie knipperden
zij / ze knipperden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij knipper
jullie (archaïsch) knippert

Onbepaalde vormen

Infinitief
knipperen
Tegenwoordig deelwoord
knipperend
Voltooid deelwoord
geknipperd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary