HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← knauwen — definition

Conjugation of knauwen

Regular CEFR B1
ˈknɑu̯.ə(n)

inslikken van de uitgang -en in de uitspraak van een woord, met name in het Gronings Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik knauw
jij / je knauwt
hij / zij / het knauwt
wij / we knauwen
jullie knauwen
zij / ze knauwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik knauwde
jij / je knauwde
hij / zij / het knauwde
wij / we knauwden
jullie knauwden
zij / ze knauwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik knauwe
jij / je knauwe
hij / zij / het knauwe
wij / we knauwen
jullie knauwen
zij / ze knauwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik knauwde
jij / je knauwde
hij / zij / het knauwde
wij / we knauwden
jullie knauwden
zij / ze knauwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij knauw
jullie (archaïsch) knauwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
knauwen
Tegenwoordig deelwoord
knauwend
Voltooid deelwoord
geknauwd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary