HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← knakken — definición

Conjugation of knakken

Regular CEFR B1
/ˈknɑ.kə(n)/

breken waarbij de uiteinden nog aan elkaar vast blijven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik knak
jij / je knakt
hij / zij / het knakt
wij / we knakken
jullie knakken
zij / ze knakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik knakte
jij / je knakte
hij / zij / het knakte
wij / we knakten
jullie knakten
zij / ze knakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik knakke
jij / je knakke
hij / zij / het knakke
wij / we knakken
jullie knakken
zij / ze knakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik knakte
jij / je knakte
hij / zij / het knakte
wij / we knakten
jullie knakten
zij / ze knakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij knak
jullie (archaïsch) knakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
knakken
Tegenwoordig deelwoord
knakkend
Voltooid deelwoord
geknakt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary