HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← knabbelen — definición

Conjugation of knabbelen

Regular CEFR C2
/ˈknɑ.bə.lə(n)/

~ aan, ~ op met de tanden stukjes ergens van afbijten, met kleine beten knagen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik knabbel
jij / je knabbelt
hij / zij / het knabbelt
wij / we knabbelen
jullie knabbelen
zij / ze knabbelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik knabbelde
jij / je knabbelde
hij / zij / het knabbelde
wij / we knabbelden
jullie knabbelden
zij / ze knabbelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik knabbele
jij / je knabbele
hij / zij / het knabbele
wij / we knabbelen
jullie knabbelen
zij / ze knabbelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik knabbelde
jij / je knabbelde
hij / zij / het knabbelde
wij / we knabbelden
jullie knabbelden
zij / ze knabbelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij knabbel
jullie (archaïsch) knabbelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
knabbelen
Tegenwoordig deelwoord
knabbelend
Voltooid deelwoord
geknabbeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary