HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← klissen — definición

Conjugation of klissen

Regular CEFR B1
/ˈkli.sə(n)/

vastklampen aan iemand, klitten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik klis
jij / je klist
hij / zij / het klist
wij / we klissen
jullie klissen
zij / ze klissen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kliste
jij / je kliste
hij / zij / het kliste
wij / we klisten
jullie klisten
zij / ze klisten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik klisse
jij / je klisse
hij / zij / het klisse
wij / we klissen
jullie klissen
zij / ze klissen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kliste
jij / je kliste
hij / zij / het kliste
wij / we klisten
jullie klisten
zij / ze klisten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij klis
jullie (archaïsch) klist

Onbepaalde vormen

Infinitief
klissen
Tegenwoordig deelwoord
klissend
Voltooid deelwoord
geklist

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary