HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kleuren — definición

Conjugation of kleuren

Regular CEFR B2
/ˈklørə(n)/

van kleur voorzien met potloden, stiften, waskrijt etc. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kleur
jij / je kleurt
hij / zij / het kleurt
wij / we kleuren
jullie kleuren
zij / ze kleuren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kleurde
jij / je kleurde
hij / zij / het kleurde
wij / we kleurden
jullie kleurden
zij / ze kleurden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kleure
jij / je kleure
hij / zij / het kleure
wij / we kleuren
jullie kleuren
zij / ze kleuren
Aanvoegende wijs — verleden
ik kleurde
jij / je kleurde
hij / zij / het kleurde
wij / we kleurden
jullie kleurden
zij / ze kleurden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kleur
jullie (archaïsch) kleurt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kleuren
Tegenwoordig deelwoord
kleurend
Voltooid deelwoord
gekleurd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary