HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← klemmen — definition

Conjugation of klemmen

Regular CEFR C2
ˈklɛmə(n)

strak tegen elkaar aandrukken (zodat schuiven niet meer mogelijk is) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik klem
jij / je klemt
hij / zij / het klemt
wij / we klemmen
jullie klemmen
zij / ze klemmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik klemde
jij / je klemde
hij / zij / het klemde
wij / we klemden
jullie klemden
zij / ze klemden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik klemme
jij / je klemme
hij / zij / het klemme
wij / we klemmen
jullie klemmen
zij / ze klemmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik klemde
jij / je klemde
hij / zij / het klemde
wij / we klemden
jullie klemden
zij / ze klemden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij klem
jullie (archaïsch) klemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
klemmen
Tegenwoordig deelwoord
klemmend
Voltooid deelwoord
geklemd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary