HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kleineren — definition

Conjugation of kleineren

Regular CEFR C2
klɛi̯.ˈneː.rə(n)

iets of iemand met minder dan het gepaste respect behandelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kleineer
jij / je kleineert
hij / zij / het kleineert
wij / we kleineren
jullie kleineren
zij / ze kleineren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kleineerde
jij / je kleineerde
hij / zij / het kleineerde
wij / we kleineerden
jullie kleineerden
zij / ze kleineerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kleinere
jij / je kleinere
hij / zij / het kleinere
wij / we kleineren
jullie kleineren
zij / ze kleineren
Aanvoegende wijs — verleden
ik kleineerde
jij / je kleineerde
hij / zij / het kleineerde
wij / we kleineerden
jullie kleineerden
zij / ze kleineerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kleineer
jullie (archaïsch) kleineert

Onbepaalde vormen

Infinitief
kleineren
Tegenwoordig deelwoord
kleinerend
Voltooid deelwoord
gekleineerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary