HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kleien — definition

Conjugation of kleien

Regular CEFR B1
ˈklɛi̯.ə(n)

met klei werken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik klei
jij / je kleit
hij / zij / het kleit
wij / we kleien
jullie kleien
zij / ze kleien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kleide
jij / je kleide
hij / zij / het kleide
wij / we kleiden
jullie kleiden
zij / ze kleiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kleie
jij / je kleie
hij / zij / het kleie
wij / we kleien
jullie kleien
zij / ze kleien
Aanvoegende wijs — verleden
ik kleide
jij / je kleide
hij / zij / het kleide
wij / we kleiden
jullie kleiden
zij / ze kleiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij klei
jullie (archaïsch) kleit

Onbepaalde vormen

Infinitief
kleien
Tegenwoordig deelwoord
kleiend
Voltooid deelwoord
gekleid

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary