HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kleden — definición

Conjugation of kleden

Regular CEFR B2
/ˈkleːdə(n)/

zich ~: met weefsel bedekken, van kleding voorzien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kleed
jij / je kleedt
hij / zij / het kleedt
wij / we kleden
jullie kleden
zij / ze kleden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kleedde
jij / je kleedde
hij / zij / het kleedde
wij / we kleedden
jullie kleedden
zij / ze kleedden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik klede
jij / je klede
hij / zij / het klede
wij / we kleden
jullie kleden
zij / ze kleden
Aanvoegende wijs — verleden
ik kleedde
jij / je kleedde
hij / zij / het kleedde
wij / we kleedden
jullie kleedden
zij / ze kleedden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kleed
jullie (archaïsch) kleedt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kleden
Tegenwoordig deelwoord
kledend
Voltooid deelwoord
gekleed

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary