HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← klauwen — definition

Conjugation of klauwen

Regular CEFR C1
ˈklɑu̯ə(n)

iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik klauw
jij / je klauwt
hij / zij / het klauwt
wij / we klauwen
jullie klauwen
zij / ze klauwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik klauwde
jij / je klauwde
hij / zij / het klauwde
wij / we klauwden
jullie klauwden
zij / ze klauwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik klauwe
jij / je klauwe
hij / zij / het klauwe
wij / we klauwen
jullie klauwen
zij / ze klauwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik klauwde
jij / je klauwde
hij / zij / het klauwde
wij / we klauwden
jullie klauwden
zij / ze klauwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij klauw
jullie (archaïsch) klauwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
klauwen
Tegenwoordig deelwoord
klauwend
Voltooid deelwoord
geklauwd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary