HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← klateren — definition

Conjugation of klateren

Regular CEFR B2

snel op elkaar volgende, heldere geluiden voortbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik klater
jij / je klatert
hij / zij / het klatert
wij / we klateren
jullie klateren
zij / ze klateren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik klaterde
jij / je klaterde
hij / zij / het klaterde
wij / we klaterden
jullie klaterden
zij / ze klaterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik klatere
jij / je klatere
hij / zij / het klatere
wij / we klateren
jullie klateren
zij / ze klateren
Aanvoegende wijs — verleden
ik klaterde
jij / je klaterde
hij / zij / het klaterde
wij / we klaterden
jullie klaterden
zij / ze klaterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij klater
jullie (archaïsch) klatert

Onbepaalde vormen

Infinitief
klateren
Tegenwoordig deelwoord
klaterend
Voltooid deelwoord
geklaterd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary