HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kietelen — definition

Conjugation of kietelen

Regular CEFR C2
ˈki.tə.lə(n)

het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kietel
jij / je kietelt
hij / zij / het kietelt
wij / we kietelen
jullie kietelen
zij / ze kietelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kietelde
jij / je kietelde
hij / zij / het kietelde
wij / we kietelden
jullie kietelden
zij / ze kietelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kietele
jij / je kietele
hij / zij / het kietele
wij / we kietelen
jullie kietelen
zij / ze kietelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kietelde
jij / je kietelde
hij / zij / het kietelde
wij / we kietelden
jullie kietelden
zij / ze kietelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kietel
jullie (archaïsch) kietelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kietelen
Tegenwoordig deelwoord
kietelend
Voltooid deelwoord
gekieteld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary