HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kieperen — definition

Conjugation of kieperen

Regular CEFR B2
ˈkipərə(n)

iets wegwerpen, gewoonlijk door een vat om te keren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kieper
jij / je kiepert
hij / zij / het kiepert
wij / we kieperen
jullie kieperen
zij / ze kieperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kieperde
jij / je kieperde
hij / zij / het kieperde
wij / we kieperden
jullie kieperden
zij / ze kieperden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kiepere
jij / je kiepere
hij / zij / het kiepere
wij / we kieperen
jullie kieperen
zij / ze kieperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kieperde
jij / je kieperde
hij / zij / het kieperde
wij / we kieperden
jullie kieperden
zij / ze kieperden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kieper
jullie (archaïsch) kiepert

Onbepaalde vormen

Infinitief
kieperen
Tegenwoordig deelwoord
kieperend
Voltooid deelwoord
gekieperd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary