HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kiepen — definición

Conjugation of kiepen

Regular CEFR B1
/ˈki.pə(n)/

laten vallen, neergooien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kiep
jij / je kiept
hij / zij / het kiept
wij / we kiepen
jullie kiepen
zij / ze kiepen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kiepte
jij / je kiepte
hij / zij / het kiepte
wij / we kiepten
jullie kiepten
zij / ze kiepten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kiepe
jij / je kiepe
hij / zij / het kiepe
wij / we kiepen
jullie kiepen
zij / ze kiepen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kiepte
jij / je kiepte
hij / zij / het kiepte
wij / we kiepten
jullie kiepten
zij / ze kiepten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kiep
jullie (archaïsch) kiept

Onbepaalde vormen

Infinitief
kiepen
Tegenwoordig deelwoord
kiepend
Voltooid deelwoord
gekiept

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary