HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kiemen — definición

Conjugation of kiemen

Regular CEFR C2
/ˈki.mə(n)/

de eerste scheut gaan vormen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kiem
jij / je kiemt
hij / zij / het kiemt
wij / we kiemen
jullie kiemen
zij / ze kiemen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kiemde
jij / je kiemde
hij / zij / het kiemde
wij / we kiemden
jullie kiemden
zij / ze kiemden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kieme
jij / je kieme
hij / zij / het kieme
wij / we kiemen
jullie kiemen
zij / ze kiemen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kiemde
jij / je kiemde
hij / zij / het kiemde
wij / we kiemden
jullie kiemden
zij / ze kiemden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kiem
jullie (archaïsch) kiemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kiemen
Tegenwoordig deelwoord
kiemend
Voltooid deelwoord
gekiemd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary