Conjugation of kenmerken
/'kɛnmɛrkə(n)/een herkenningspunt ergens van zijn Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | kenmerk |
| jij / je | kenmerkt |
| hij / zij / het | kenmerkt |
| wij / we | kenmerken |
| jullie | kenmerken |
| zij / ze | kenmerken |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | kenmerkte |
| jij / je | kenmerkte |
| hij / zij / het | kenmerkte |
| wij / we | kenmerkten |
| jullie | kenmerkten |
| zij / ze | kenmerkten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | kenmerke |
| jij / je | kenmerke |
| hij / zij / het | kenmerke |
| wij / we | kenmerken |
| jullie | kenmerken |
| zij / ze | kenmerken |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | kenmerkte |
| jij / je | kenmerkte |
| hij / zij / het | kenmerkte |
| wij / we | kenmerkten |
| jullie | kenmerkten |
| zij / ze | kenmerkten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | kenmerk |
| jullie (archaïsch) | kenmerkt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | kenmerken |
Tegenwoordig deelwoord
| — | kenmerkend |
Voltooid deelwoord
| — | gekenmerkt |