HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kauwen — definición

Conjugation of kauwen

Regular CEFR C1
/ˈkɑu̯.ə(n)/

fijnmaken met de tanden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kauw
jij / je kauwt
hij / zij / het kauwt
wij / we kauwen
jullie kauwen
zij / ze kauwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kauwde
jij / je kauwde
hij / zij / het kauwde
wij / we kauwden
jullie kauwden
zij / ze kauwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kauwe
jij / je kauwe
hij / zij / het kauwe
wij / we kauwen
jullie kauwen
zij / ze kauwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kauwde
jij / je kauwde
hij / zij / het kauwde
wij / we kauwden
jullie kauwden
zij / ze kauwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kauw
jullie (archaïsch) kauwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kauwen
Tegenwoordig deelwoord
kauwend
Voltooid deelwoord
gekauwd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary