HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kapen — definición

Conjugation of kapen

Regular CEFR C2
/ˈkaː.pə(n)/

het overvallen van een voertuig onderweg en het overnemen van dat voertuig, al dan niet gepaard met het gijzelen van inzittenden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kaap
jij / je kaapt
hij / zij / het kaapt
wij / we kapen
jullie kapen
zij / ze kapen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kaapte
jij / je kaapte
hij / zij / het kaapte
wij / we kaapten
jullie kaapten
zij / ze kaapten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kape
jij / je kape
hij / zij / het kape
wij / we kapen
jullie kapen
zij / ze kapen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kaapte
jij / je kaapte
hij / zij / het kaapte
wij / we kaapten
jullie kaapten
zij / ze kaapten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kaap
jullie (archaïsch) kaapt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kapen
Tegenwoordig deelwoord
kapend
Voltooid deelwoord
gekaapt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary