HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kanen — definición

Conjugation of kanen

Regular CEFR B1

eten, met smaak eten, smullen (misschien wel van een kaan) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kaan
jij / je kaant
hij / zij / het kaant
wij / we kanen
jullie kanen
zij / ze kanen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kaande
jij / je kaande
hij / zij / het kaande
wij / we kaanden
jullie kaanden
zij / ze kaanden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kane
jij / je kane
hij / zij / het kane
wij / we kanen
jullie kanen
zij / ze kanen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kaande
jij / je kaande
hij / zij / het kaande
wij / we kaanden
jullie kaanden
zij / ze kaanden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kaan
jullie (archaïsch) kaant

Onbepaalde vormen

Infinitief
kanen
Tegenwoordig deelwoord
kanend
Voltooid deelwoord
gekaand

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary