HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kammen — definition

Conjugation of kammen

Regular CEFR C2
kɑ.mə(n)

met een kam haar in orde brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kam
jij / je kamt
hij / zij / het kamt
wij / we kammen
jullie kammen
zij / ze kammen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kamde
jij / je kamde
hij / zij / het kamde
wij / we kamden
jullie kamden
zij / ze kamden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kamme
jij / je kamme
hij / zij / het kamme
wij / we kammen
jullie kammen
zij / ze kammen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kamde
jij / je kamde
hij / zij / het kamde
wij / we kamden
jullie kamden
zij / ze kamden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kam
jullie (archaïsch) kamt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kammen
Tegenwoordig deelwoord
kammend
Voltooid deelwoord
gekamd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary