HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kalven — definition

Conjugation of kalven

Regular CEFR B1
ˈkɑl.və(n)

een jong baren bij runderen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kalf
jij / je kalft
hij / zij / het kalft
wij / we kalven
jullie kalven
zij / ze kalven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kalfde
jij / je kalfde
hij / zij / het kalfde
wij / we kalfden
jullie kalfden
zij / ze kalfden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kalve
jij / je kalve
hij / zij / het kalve
wij / we kalven
jullie kalven
zij / ze kalven
Aanvoegende wijs — verleden
ik kalfde
jij / je kalfde
hij / zij / het kalfde
wij / we kalfden
jullie kalfden
zij / ze kalfden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kalf
jullie (archaïsch) kalft

Onbepaalde vormen

Infinitief
kalven
Tegenwoordig deelwoord
kalvend
Voltooid deelwoord
gekalfd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary