HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kalmeren — definition

Conjugation of kalmeren

Regular CEFR B2
kɑlˈmeː.rə(n)

zich ~: zich kalmeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kalmeer
jij / je kalmeert
hij / zij / het kalmeert
wij / we kalmeren
jullie kalmeren
zij / ze kalmeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kalmeerde
jij / je kalmeerde
hij / zij / het kalmeerde
wij / we kalmeerden
jullie kalmeerden
zij / ze kalmeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kalmere
jij / je kalmere
hij / zij / het kalmere
wij / we kalmeren
jullie kalmeren
zij / ze kalmeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik kalmeerde
jij / je kalmeerde
hij / zij / het kalmeerde
wij / we kalmeerden
jullie kalmeerden
zij / ze kalmeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kalmeer
jullie (archaïsch) kalmeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
kalmeren
Tegenwoordig deelwoord
kalmerend
Voltooid deelwoord
gekalmeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary