HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kajakken — definition

Conjugation of kajakken

Regular CEFR B2

met een kajak ergens heen varen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kajak
jij / je kajakt
hij / zij / het kajakt
wij / we kajakken
jullie kajakken
zij / ze kajakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kajakte
jij / je kajakte
hij / zij / het kajakte
wij / we kajakten
jullie kajakten
zij / ze kajakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kajakke
jij / je kajakke
hij / zij / het kajakke
wij / we kajakken
jullie kajakken
zij / ze kajakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik kajakte
jij / je kajakte
hij / zij / het kajakte
wij / we kajakten
jullie kajakten
zij / ze kajakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kajak
jullie (archaïsch) kajakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kajakken
Tegenwoordig deelwoord
kajakkend
Voltooid deelwoord
gekajakt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary