HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kabbelen — definition

Conjugation of kabbelen

Regular CEFR B2
ˈkɑbələ(n)

zacht stromen en geluid maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kabbel
jij / je kabbelt
hij / zij / het kabbelt
wij / we kabbelen
jullie kabbelen
zij / ze kabbelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kabbelde
jij / je kabbelde
hij / zij / het kabbelde
wij / we kabbelden
jullie kabbelden
zij / ze kabbelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kabbele
jij / je kabbele
hij / zij / het kabbele
wij / we kabbelen
jullie kabbelen
zij / ze kabbelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kabbelde
jij / je kabbelde
hij / zij / het kabbelde
wij / we kabbelden
jullie kabbelden
zij / ze kabbelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kabbel
jullie (archaïsch) kabbelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kabbelen
Tegenwoordig deelwoord
kabbelend
Voltooid deelwoord
gekabbeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary