HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← jonassen — definition

Conjugation of jonassen

Regular CEFR B2
ˈjoːˌnɑ.sə(n)

aan armen en benen heen en weer slingeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik jonas
jij / je jonast
hij / zij / het jonast
wij / we jonassen
jullie jonassen
zij / ze jonassen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik jonaste
jij / je jonaste
hij / zij / het jonaste
wij / we jonasten
jullie jonasten
zij / ze jonasten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik jonasse
jij / je jonasse
hij / zij / het jonasse
wij / we jonassen
jullie jonassen
zij / ze jonassen
Aanvoegende wijs — verleden
ik jonaste
jij / je jonaste
hij / zij / het jonaste
wij / we jonasten
jullie jonasten
zij / ze jonasten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij jonas
jullie (archaïsch) jonast

Onbepaalde vormen

Infinitief
jonassen
Tegenwoordig deelwoord
jonassend
Voltooid deelwoord
gejonast

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary