HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← joggen — definición

Conjugation of joggen

Regular CEFR C1
/ˈdʒɔ.ɡə(n)/

hardlopen om te trainen, als oefening om in conditie te blijven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik jog
jij / je jogt
hij / zij / het jogt
wij / we joggen
jullie joggen
zij / ze joggen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik jogde
jij / je jogde
hij / zij / het jogde
wij / we jogden
jullie jogden
zij / ze jogden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik jogge
jij / je jogge
hij / zij / het jogge
wij / we joggen
jullie joggen
zij / ze joggen
Aanvoegende wijs — verleden
ik jogde
jij / je jogde
hij / zij / het jogde
wij / we jogden
jullie jogden
zij / ze jogden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij jog
jullie (archaïsch) jogt

Onbepaalde vormen

Infinitief
joggen
Tegenwoordig deelwoord
joggend
Voltooid deelwoord
gejogd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary