HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← janken — definition

Conjugation of janken

Regular CEFR C1
ˈjɑŋkə(n)

traanvocht uitscheiden door emotie Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik jank
jij / je jankt
hij / zij / het jankt
wij / we janken
jullie janken
zij / ze janken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik jankte
jij / je jankte
hij / zij / het jankte
wij / we jankten
jullie jankten
zij / ze jankten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik janke
jij / je janke
hij / zij / het janke
wij / we janken
jullie janken
zij / ze janken
Aanvoegende wijs — verleden
ik jankte
jij / je jankte
hij / zij / het jankte
wij / we jankten
jullie jankten
zij / ze jankten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij jank
jullie (archaïsch) jankt

Onbepaalde vormen

Infinitief
janken
Tegenwoordig deelwoord
jankend
Voltooid deelwoord
gejankt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary