HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← jakken — definición

Conjugation of jakken

Regular CEFR B1

snel rijden of lopen, jakkeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik jak
jij / je jakt
hij / zij / het jakt
wij / we jakken
jullie jakken
zij / ze jakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik jakte
jij / je jakte
hij / zij / het jakte
wij / we jakten
jullie jakten
zij / ze jakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik jakke
jij / je jakke
hij / zij / het jakke
wij / we jakken
jullie jakken
zij / ze jakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik jakte
jij / je jakte
hij / zij / het jakte
wij / we jakten
jullie jakten
zij / ze jakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij jak
jullie (archaïsch) jakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
jakken
Tegenwoordig deelwoord
jakkend
Voltooid deelwoord
gejakt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary