HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← irrigeren — definición

Conjugation of irrigeren

Regular CEFR B2
/ˌɪ.riˈɣeː.rə(n)/

op grote schaal water naar landbouwgrond transporteren om de gewassen mee te bevloeien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik irrigeer
jij / je irrigeert
hij / zij / het irrigeert
wij / we irrigeren
jullie irrigeren
zij / ze irrigeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik irrigeerde
jij / je irrigeerde
hij / zij / het irrigeerde
wij / we irrigeerden
jullie irrigeerden
zij / ze irrigeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik irrigere
jij / je irrigere
hij / zij / het irrigere
wij / we irrigeren
jullie irrigeren
zij / ze irrigeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik irrigeerde
jij / je irrigeerde
hij / zij / het irrigeerde
wij / we irrigeerden
jullie irrigeerden
zij / ze irrigeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij irrigeer
jullie (archaïsch) irrigeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
irrigeren
Tegenwoordig deelwoord
irrigerend
Voltooid deelwoord
geïrrigeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary