Conjugation of inventariseren
/ˌɪn.vɛn.taː.riˈzeː.rə(n)/op een geordende manier nagaan en vastleggen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | inventariseer |
| jij / je | inventariseert |
| hij / zij / het | inventariseert |
| wij / we | inventariseren |
| jullie | inventariseren |
| zij / ze | inventariseren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | inventariseerde |
| jij / je | inventariseerde |
| hij / zij / het | inventariseerde |
| wij / we | inventariseerden |
| jullie | inventariseerden |
| zij / ze | inventariseerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | inventarisere |
| jij / je | inventarisere |
| hij / zij / het | inventarisere |
| wij / we | inventariseren |
| jullie | inventariseren |
| zij / ze | inventariseren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | inventariseerde |
| jij / je | inventariseerde |
| hij / zij / het | inventariseerde |
| wij / we | inventariseerden |
| jullie | inventariseerden |
| zij / ze | inventariseerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | inventariseer |
| jullie (archaïsch) | inventariseert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | inventariseren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | inventariserend |
Voltooid deelwoord
| — | geïnventariseerd |