HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← interrumperen — definition

Conjugation of interrumperen

Regular CEFR C1

iemand in de rede vallen die een betoog aan het houden is Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik interrumpeer
jij / je interrumpeert
hij / zij / het interrumpeert
wij / we interrumperen
jullie interrumperen
zij / ze interrumperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik interrumpeerde
jij / je interrumpeerde
hij / zij / het interrumpeerde
wij / we interrumpeerden
jullie interrumpeerden
zij / ze interrumpeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik interrumpere
jij / je interrumpere
hij / zij / het interrumpere
wij / we interrumperen
jullie interrumperen
zij / ze interrumperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik interrumpeerde
jij / je interrumpeerde
hij / zij / het interrumpeerde
wij / we interrumpeerden
jullie interrumpeerden
zij / ze interrumpeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij interrumpeer
jullie (archaïsch) interrumpeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
interrumperen
Tegenwoordig deelwoord
interrumperend
Voltooid deelwoord
geïnterrumpeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary