HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← initiëren — definition

Conjugation of initiëren

Regular CEFR B2

het initiatief nemen (tot iets), (iets) in gang zetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik initieer
jij / je initieert
hij / zij / het initieert
wij / we initiëren
jullie initiëren
zij / ze initiëren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik initieerde
jij / je initieerde
hij / zij / het initieerde
wij / we initieerden
jullie initieerden
zij / ze initieerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik initiëre
jij / je initiëre
hij / zij / het initiëre
wij / we initiëren
jullie initiëren
zij / ze initiëren
Aanvoegende wijs — verleden
ik initieerde
jij / je initieerde
hij / zij / het initieerde
wij / we initieerden
jullie initieerden
zij / ze initieerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij initieer
jullie (archaïsch) initieert

Onbepaalde vormen

Infinitief
initiëren
Tegenwoordig deelwoord
initiërend
Voltooid deelwoord
geïnitieerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary