HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← industrialiseren — definition

Conjugation of industrialiseren

Regular CEFR C2
ˌɪn.dʏs.tri.aː.liˈzeː.rə(n)

het veranderen van de economie door het vergroten van de nijverheid Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik industrialiseer
jij / je industrialiseert
hij / zij / het industrialiseert
wij / we industrialiseren
jullie industrialiseren
zij / ze industrialiseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik industrialiseerde
jij / je industrialiseerde
hij / zij / het industrialiseerde
wij / we industrialiseerden
jullie industrialiseerden
zij / ze industrialiseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik industrialisere
jij / je industrialisere
hij / zij / het industrialisere
wij / we industrialiseren
jullie industrialiseren
zij / ze industrialiseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik industrialiseerde
jij / je industrialiseerde
hij / zij / het industrialiseerde
wij / we industrialiseerden
jullie industrialiseerden
zij / ze industrialiseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij industrialiseer
jullie (archaïsch) industrialiseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
industrialiseren
Tegenwoordig deelwoord
industrialiserend
Voltooid deelwoord
geïndustrialiseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary