HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← incasseren — definition

Conjugation of incasseren

Regular CEFR C2
ˌɪŋkɑˈserə(n)

te verduren krijgen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik incasseer
jij / je incasseert
hij / zij / het incasseert
wij / we incasseren
jullie incasseren
zij / ze incasseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik incasseerde
jij / je incasseerde
hij / zij / het incasseerde
wij / we incasseerden
jullie incasseerden
zij / ze incasseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik incassere
jij / je incassere
hij / zij / het incassere
wij / we incasseren
jullie incasseren
zij / ze incasseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik incasseerde
jij / je incasseerde
hij / zij / het incasseerde
wij / we incasseerden
jullie incasseerden
zij / ze incasseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij incasseer
jullie (archaïsch) incasseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
incasseren
Tegenwoordig deelwoord
incasserend
Voltooid deelwoord
geïncasseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary