HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← improviseren — definition

Conjugation of improviseren

Regular CEFR C1
ɪm.proː.viˈzeː.rə(n)

iets bedenken zonder vooropgesteld plan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik improviseer
jij / je improviseert
hij / zij / het improviseert
wij / we improviseren
jullie improviseren
zij / ze improviseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik improviseerde
jij / je improviseerde
hij / zij / het improviseerde
wij / we improviseerden
jullie improviseerden
zij / ze improviseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik improvisere
jij / je improvisere
hij / zij / het improvisere
wij / we improviseren
jullie improviseren
zij / ze improviseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik improviseerde
jij / je improviseerde
hij / zij / het improviseerde
wij / we improviseerden
jullie improviseerden
zij / ze improviseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij improviseer
jullie (archaïsch) improviseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
improviseren
Tegenwoordig deelwoord
improviserend
Voltooid deelwoord
geïmproviseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary